Bio-ecologisch bouwen en wonen

Centraal in het concept van bio-ecologisch bouwen van Mark Depreeuw staat verbondenheid: met de natuur, de medemens en het globale energetische verhaal van de planeet. Die verbondenheid staat tegenover de de-links (net zoals in de-link-wentie) van vandaag: de delink tussen ons woon- en bouwpatroon en de natuurlijke energie rondom ons, de delink tussen binnenstad en omgeving, de delink tegenover anderen i.p.v. een dragend sociaal weefsel en de delink met het globale ecosysteem, die zichtbaar wordt in de ecologische voetafdruk van ons voedings-, woon- en consumptiepatroon. 

Beton of bio-materiaal

Symptoom van de breuk met de natuurlijke energie om ons heen is onze voorliefde voor gewapend beton als bouwmateriaal. Wij construeren kooien van Faraday om in te wonen en te werken, maar die kooien zijn energetische nulvelden en hun ‘huiverdrempel’ ligt laag. Geen wonder dus dat je niet opkikkert van een koffietje in de ondergrondse cafetaria van het Louvre! Soldaten die in bunkers moesten leven, ervoeren precies dat. Een ander nadeel van beton is dat het productieproces ervan zeer CO²-intensief is. En laten we niet vergeten dat we volop petrochemische isolatiematerialen aan het gebruiken zijn in onze huizen om minder petroleum en gas te verstoken! Crazy gewoon! Een woning moet immers kunnen ademen als een derde huid. Daarom kiezen we voor zowel kleding (onze tweede huid) als woning (derde huid) best natuurlijke en geen synthetische materialen! Er zijn dus echt veel delinks die we ongedaan moeten maken om de natuurlijke relatie met onze omgeving te herstellen.

In die zin is de term ‘duurzaam’ in veel reclame, o.a. voor ‘duurzame’ bouwprojecten, vaak misleidend. In het Zuid-Afrikaans heet duurzaam ‘nagroeibaar’ en dat is precies waar het om gaat. Natuurlijke bouwmaterialen zijn ‘korstmaterialen’. Ze worden niet uit de bodem geëxtraheerd. En ze gaan goed om met de kosmische energieën. Zo zijn kurk, strobalen, vezels van vlas en hennep en massief houten platen zeer duurzaam, maar niet alleen dat. Ook economische zijn ze interessant, als we althans niet alleen naar de investeringskost kijken maar ook naar de verbruikskost. Woningen in deze biomaterialen zijn immers BEN-gebouwen. Komt daarbij dat de bouwtijd kort is omdat er geen droogtijd nodig is. Het nieuwe ocmw-gebouw in Balen, bijvoorbeeld, stond er op twee maanden! Als je ook de weldadige werking van de materialen op je gezondheid meerekent, is dit in alle opzichten een goede investering!                                                                                                                                                       

Kleinschaligheid en decentralisatie

Hoe kunnen we bovendien de delink met onze sociale omgeving ongedaan maken? Voor oudere mensen een heel belangrijke vraag. Zij vereenzamen immers in het huisje-met-tuintje burgerlijk woonmodel. Yona Friedman had destijds al kritiek op het stereotiepe ‘suburbaan wonen’. Hij vond het belangrijk om de kleinschaligheid en decentralisatie te behouden. Architectuur moest er zijn voor, door en met de mensen. Ze moest mobiel en aanpasbaar zijn. Op vaste structuren en instellingen had hij het niet zo begrepen. Een groep individuen vormde samen een dorp; een federatie van stedelijke dorpen werd een stad en een federatie van steden, dat was dan Europa! Vandaar ook de idee om het dorpse bij uitstek, de boerderij, weer in de stad te halen. De Buurderij, ‘urban farming’ of zelfs dakboerderijen passen in dat concept. Friedman had echter geen specifieke visie op de integratie van de groep ouderen in zijn ‘spacial city’.

Het Abbeyfield-project heeft dat wel. Het laat kleine groepen ouderen samen ouder worden in kleinschalig samenwonen. Een alternatief is kangoeroewonen, dat ouderen opneemt in een kleine familiale kring. Het is een vorm van intergenerationeel samenwonen. Een derde mogelijkheid is samenwonen in een project van cohousing, ook een verhaal van verschillende leeftijden samen, zoals ‘De Indruk’ in Borgerhout. Een oude drukkerij in het centrum van Borgerhout werd omgevormd tot een woonproject met 18 wooneenheden, met elkaar en met de buitenwereld verbonden door passerelles. Behalve die 18 woningen zijn er veel gemeenschappelijke ruimtes: een wasplaats, stille ruimte, gastenkamers, een centraal atelier voor creatieve hobby’s, een speelstraat. Het is alweer de delink die hersteld wordt  door actieve vormen van samenleven, al kunnen hulpbehoevende senioren er momenteel niet terecht.  Actieve medioren echter wel. Maar wie weet kunnen zij wel levenslang in dit netwerk blijven.  

filmpjes van lezingen over eco-wijken                             

Tags: 

Bijlagen: 

Datum agenda: 

vrijdag, november 17, 2017